Dubbel, tripel en quadrupel zijn bierstijlen uit de Belgische en Nederlandse kloostertraditie. De namen klinken als een rekensom, maar zo werkt het niet.
Dubbel
Een dubbel is donker, moutig en zoetig, met tonen van karamel en gedroogd fruit. Meestal zit hij rond de 6 tot 8%. De bekendste is de Westmalle Dubbel.
Tripel
Een tripel is juist goudblond, krachtig en kruidig, vaak tussen 8 en 10%. Westmalle bracht in 1934 een sterk blond bier uit dat vaak wordt gezien als de eerste tripel. Bekende tripels zijn Westmalle Tripel en Tripel Karmeliet.
Quadrupel
Een quadrupel is nog voller en donkerder, vaak 10% of meer. La Trappe was begin jaren negentig de eerste brouwerij die een bier echt 'Quadrupel' noemde. La Trappe Quadrupel.
Waar komen de namen vandaan?
Dat weet niemand precies. Een bekende verklaring is dat brouwers vroeger kruisjes op vaten zetten om de sterkte aan te geven: X, XX, XXX. Een andere is dat het ging om de hoeveelheid mout. Hoe dan ook: een tripel is niet drie keer zo sterk als een gewoon biertje, en je hoeft er ook niet drie keer zoveel voor te betalen.
Deze bieren zijn sterker dan een pils, dus rustig aan: kleinere glazen en een water ertussendoor.